Het eigenaardige en gemeenschappelijke van alle poppenspelen ligt hierin,dat zij ondergebracht zijn in kleine zaaltjes, rommelkoten, kelders en zolders, en dit in de volksbuurten, steegjes en sloppen onzer steden. Tevens valt aan te stippen, dat ze in alle steden het eigenaardige werk zijn van arbeiders, die in hun vrije uren hun theater onderhouden, poppen maken, decors schilderen en hun repertorium samenstellen, zodat we mogen spreken van 'Volkskunst'.
(Uit Het poppenspel in de Nederlanden - 1946)